|
Article on other languages:
|
De tuba is de naam voor een koperblaasinstrument in het bas-register. Instrumenten die onder de tubafamilie worden geschaard zijn het eufonium (soms tenortuba genoemd) en de (bas)tuba's (gestemd in F, Es, C of Bes). Tuba is een benaming die in vele talen wordt gebruikt en ongespecificeerd verstaat men onder 'tuba' meestal een bastuba. In amateur blaasorkesten in Nederland en Vlaanderen heeft men echter dikwijls de gewoonte om onder de term 'tuba' een eufonium te verstaan, wat voor enige verwarring kan zorgen.
OntwikkelingHet instrument werd in de jaren dertig van de negentiende eeuw door W. Wieprecht en J.G. Moritz ontwikkeld om zowel in militaire blaasorkesten als symfonieorkesten de leemte in het bas-register op te vullen. De ontwikkeling van het instrument hing noodzakelijk af van de ontwikkeling van het ventielen vroeger in de negentiende eeuw. Het instrument werd in Duitsland ontwikkeld en werd daar al gauw na de uitvinding populair. De rechtstreekse voorloper van de tuba is de ophicleide, een koperblaasinstrument in de vorm van een fagot. Dit instrument had een vrij brutale klankkleur en was nogal beperkt in het lage register. De tessituur komt ongeveer overeen met die van het eufonium. Hector Berlioz was erg enthousiast over de tuba, en gaf toestemming de ophicleide in de Symphonie Fantastique te vervangen door de tuba. In Frankrijk heeft de ophicleide echter nog lange tijd (tot ca. 1880) dienst gedaan, ook nadat de tuba in Duitsland in gebruik raakte. In Duitsland was Richard Wagner een componist die de opmars van de tuba heeft ondersteund. Adolphe Sax heeft in zijn werk geprobeerd om de tubafamilie over de hele register uit te bouwen. De uitbouw van de tuba-achtige instrumenten resulteerde in de reeks saxhoorns van piccolo tot sub-contrabas. Technisch gesproken hebben de klassieke saxhoorns (bugel, althoorn, bariton) een iets engere boring dan het eufonium en de bastubas en wordt daarom soms de saxhoorn- en tubafamilie uit elkaar getrokken. In het concept van Adolphe Sax vormde dit echter wel één geheel. BouwDe tuba is conisch gebouwd en heeft meestal drie of vier ventielen, bij symfonische tuba's veelal vijf en bij F-tuba's vaak zelfs zes ventielen. Het neerdrukken van de ventielen bij een tuba vergroot in feite de lengte van de gebruikte buis, waardoor de toon verlaagd wordt. Het tweede ventiel doet zo de noot een halve toon dalen, de eerste twee halve tonen, de eerste en de tweede samen drie, de tweede en de derde samen vier, de eerste en de derde samen vijf en de drie kleppen samen zes (dit laatste komt zelden voor). Het (eventuele) vierde ventiel doet de toon meteen met een kwart dalen en wordt daarom kwartventiel genoemd. Meestal is het vijfde een verlaagde hele toon en zesde ventiel een verlaagde halve toon. Dit om een betere stemming te bereiken bij combinaties met het vierde ventiel en het lage register volledig te kunnen opvullen. Andere invullingen van het vijfde en zesde ventiel bestaan, maar zijn eerder uitzonderlijk. Bij professionele instrumenten met vier ventielen wordt het stemmingsprobleem opgevangen door een ingewikkeld compensatiesysteem. De ventielen kunnen zowel vooraan aan instrument staan (front action) als bovenaan (top action), zie figuur. Als ventielen vooraan staan kan men kiezen tussen pompventielen of draaiventielen. Als ze bovenaan staan zijn het altijd pompventielen. Kiest men voor pompventielen vooraan dat is het vijfde ventiel een draaiventiel die meestal geopereerd word met de rechterduim. Bij instrumenten met draaiventielen kan het vijfde ventiel zowel aan de rechterduim gelegen zijn als aan de linker hand. Het zesde ventiel staat altijd aan de linkerhand. Tuba's bestaan in verschillende formaten die men aanduid met 3/4, 4/4, 5/4, 6/4, waarbij 3/4 een compacte bouw inhoudt en 6/4 een uitgebreide bouw. Apart van het formaat kan de beker eerder breed of smal zijn. Variaties en termenZoals boven reeds aangegeven bestaat er bij de naamgeving van tuba-achtige instrumenten wat verwarring. Algemeen kan men echter zeggen dat de term tuba slaat op een instrument met recht opstaande beker in het bas-register. Voor de afwijkingen bestaan er meestal specifieke termen.
StemmingenZoals reeds aangegeven bestaan er verschillende stemmingen van tuba's. Welke stemming gebruikt wordt hangt sterk af van de context, zowel functioneel als geografisch. De individuele voorkeur speelt ook een rol. De meeste professionele tubaspelers bespelen verschillende instrumenten.
Soms ziet de term contrabastuba (vb. in partituren van Wagner) wat betrekking heeft op tubas in C en Bes. Deze term wordt vandaag niet algemeen meer gebruikt. In deze context slaat bastuba enkel op tuba in F of Es. Praktisch zal meestal de speler zelf in overleg met de dirigent beslissen welk instrument gebruikt wordt. In blaasorkesten is het meestal de gewoonte om in de bassectie twee stemmingen te combineren. Bij brassbands is dit altijd de combinatie Es/Bes en in fanfareorkesten meestal ook. In harmonieorkesten en blaasorkesten in landen die historisch onder Duitse invloed stonden veelal voor de combinatie F/Bes. NotatieInternationaal wordt schrijft men voor de tuba op reële toonhoogte in de fasleutel. Als de speler echter geen instrument gebruikt in C dan transponeert hij de partituur op het zicht of heeft hij het instrument met een aangepaste vingerzetting leren bespelen. In brassbands schrijft men echter altijd getransponeerd in de solsleutel. In andere blaasorkesten hangt het af van de geografische context. Zo zal men in Duitsland en de Verenigde Staten de tuba altijd op reële toonhoogte schrijven, terwijl men in België en Nederland de brassband notatie overneemt of getransponeerd in de fa-sleutel schrijft. Soms gebruikt men ook een notatie zoals die voor een contrabas: een octaaf hoger in de fasleutel. TessituurDe tessituur van een tuba is vergeleken met andere blaasinstrumenten erg ruim. Een tessituur van 4 octaven is voor de solo tubaspeler een vereiste (de vier onderste octaven van een piano voor een F-tuba). Afhankelijk van het instrument (stemming en aantal ventielen) en de beheersing van de speler kan men lager en hoger. De theoretische ondergrens is voor alle tuba's met 4 of meer ventielen onder de tessituur van de piano. Er is geen theoretische bovengrens maar een beheersing van noten boven de c" is echt uitzonderlijk. De c" zelf komt wel in een aantal solowerken voor. Voor het spelen van standaard muziek in een blaasorkest is een tessituur van twee octaven en half meestal voldoende (onder de centrale do voor tuba's in C en Bes). RepertoireEr werd aanvankelijk niets geschreven voor de tuba als solo-instrument. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam er een repertorium voor dit instrument. Inmiddels zijn er een heel wat concerti en solo-werken voor tuba gecomponeerd. De belangrijkste vroege werken voor het instrument zijn het concerto (1954) van Ralph Vaughan Williams en de sonate (1955) van Paul Hindemith. Helmut Lachenmann componeerde in 1981-2 Harmonica, muziek voor groot orkest met tuba solo. Filmcomponist John Williams componeerde in 1985 een concerto voor tuba en orkest. Alexei Lebedev, zelf tubaist, componeerde in de tweede helft van de 20e een aantal solowerken voor tuba die bij tubaisten erg geliefd zijn. TubaistenEnkele bekende tubaisten:
Zie ookExterne linkReferenties
|
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.